Het levende wezen, in al zijn facetten, is voor Ellen al jaren een onuitputtelijke inspiratiebron. Ze schildert de kracht van een kudde olifanten, de dynamiek van vechtende zebra’s en de snelheid van wilde paarden. Vooral wilde dieren uit, met name, Afrika, fascineren haar. Jaarlijks maakt ze een reis naar dit continent, waarna ze de dieren, soms tezamen met de inheemse bevolking, als een intrigerend reisverslag op haar doeken zet. In haar laatste werk staat de mens weer meer centraal. De liefde en intimiteit tussen man en vrouw heeft ze op linnen in de voor haar kenmerkende techniek vast weten te leggen. De schilderijen zijn bijna plastisch te noemen door de grote hoeveelheden olieverf die ze met snelheid en trefzekerheid d.m.v. paletmessen op het linnen aanbrengt. Dit geeft haar schilderijen iets ruigs en maakt ze zeer expressief.
‘Evita’, oftewel ‘kleine Eva’. Ik heb besloten een zelfportret als Evita te schilderen. Op één of andere manier heb ik me altijd een beetje met haar vereenzelvigd. Was het omdat ze - als vrouw van de Argentijnse president Juan Perón - onder de arme bevolking zoveel bewonderaars had? Was het omdat ze een elegante verschijning was, maar ook een heel krachtige en ambitieuze vrouw? Ze wilde immers graag vice-president van Argentinië worden maar werd hun spiritueel leidster. Of was het omdat het een heel omstreden vrouw was, object van roddel en mythevorming, de meest gehate en geliefde vrouw in Latijns-Amerika? Of was het omdat ze gewoon van dat dikke blonde haar had, net als ikzelf?